Beter als of beter dan?

Is het beter als of beter dan?
Uitleg en een oefening over het gebruik van als/dan.

En nu is het tijd om te oefenen!

Kies in onderstaande zinnen steeds de juiste vorm.

  1. Hij vergeet tegenwoordig vaker dingen als/dan vroeger.
  2. Karin wast even vaak af als/dan haar man.
  3. De kinderen wassen minder vaak af als/dan de ouders.
  4. Deze toets vond ik moeilijker als/dan die vorige.
  5. Voor verpleegkunde heb ik een hoger cijfer als/dan voor anatomie.
  6. Nienke heeft andere vrienden als/dan haar/zij.
  7. Het glas van Hannah is voller als/dan dat van Aafke. 
  8. Hebben wij nu langer vakantie als/dan het jaar hiervoor?
  9. Nee, de vakantie is net zo lang als/dan vorig jaar.
  10. Als je hoger als/dan een acht haalt op je proefwerk, krijg je een lolly!
  11. Harry loopt net zo hard als/dan jij/jou.
  12. Wij wandelen vaker door dat bos als/dan zij/hun.
  13. Het boek dat Jan gelezen heeft is net zo dik als/dan het boek van mij/mijn.
  14. Mijn vader is even lief als/dan hij/hem.
  15. Jan vindt ons even gezellig als/dan zij/hen.

Antwoorden vind je op https://2fnederlands.wordpress.com/2020/04/02/antwoorden-als-dan/