Examen schrijven

UItleg examen schrijven

Een van de onderdelen van het examen Nederlands is het examen Schrijven. Hier vertel ik je hoe het examen eruit ziet en waarop je beoordeeld wordt.

Tijdens het examen Schrijven krijg je 3 verschillende schrijfopdrachten die je moet maken. Een schrijfopdracht is een correspondentieopdracht. Je moet dan een brief of een e-mail schrijven. Verder is er ook een opdracht waarvoor je een verslag(je) of artikel moet schrijven. De derde opdracht kan van alles zijn: een formulier dat je moet invullen, een advertentie schrijven, een oproep plaatsen etc. Voor dit examen krijg je een uur de tijd.

Iedere schrijfopdracht bestaat uit kleine deelopdrachten die je in je tekst moet verwerken. Die deelopdrachten staan in een logische volgorde. De beoordelaar moet de uitwerking van die opdrachten duidelijk terug zien in jouw tekst. Als je 80% van alle opdrachten hebt gemaakt, wordt het examen beoordeeld. Heb je minder dan 80% van de opdrachten gemaakt, dan kan het examen niet beoordeeld worden en krijg je een 1.

Je wordt beoordeeld op de volgende onderdelen:
Samenhang: je vertelt een logisch en samenhangend verhaal, waarbij je gebruik maakt van de meest voorkomende voegwoorden en verwijswoorden. Je verhaal heeft een duidelijke inleiding, een middenstuk en een slot.
Afstemming op doel: Je zorgt dat je met je verhaal het doel van de opdracht bereikt. Je informeert, instrueert of overtuigt, net wat de opdracht van je vraagt. Het is voor de lezer duidelijk welke boodschap je wil overbrengen.
Afstemming op lezer: Je past je taalgebruik aan op de lezer. Dat betekent niet alleen dat je bewust kiest voor formeel of informeel taalgebruik, maar ook dat je de woorden die je gebruikt afstemt op de lezer. Denk hierbij aan het wel of geen vaktaal gebruiken in je tekst.
Woordgebruik: Je laat zien dat je over voldoende woordkennis beschikt, je gebruikt de juiste woorden en je kan ook variëren in je woordgebruik. Veelvoorkomende vaste uitdrukkingen gebruik je op de juiste manier.
Grammatica, spelling, leestekengebruik: De zinsbouw is meestal goed, je maakt weinig fouten in spelling en werkwoordspelling. Het leestekengebruik is meestal goed.
Leesbaarheid/lay-out: De tekst is goed leesbaar door het juiste gebruik van alinea’s en door een goede indeling van teksten/brieven/mails/etc.

Om je goed voor te bereiden, zorg je dat je weet hoe een goede brief of mail er uitziet en hoe je een artikel of verslag schrijft. Denk dan aan de lay-out, maar vooral aan de opzet van de brief of het verslag. Dus wat hoort er in de inleiding te staan, wat in het middenstuk en hoe sluit je de tekst af.

Veel succes met de voorbereiding en het examen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s