Een klachtenmail schrijven

Oefen met het schrijven van een klachtenmail naar de klantenservice.

Wanneer je een klacht hebt, schrijf je tegenwoordig vaak een e-mail aan de klantenservice van een bedrijf. Een klachtenbrief of klachtenmail is een zakelijke brief, waarin de toon formeel is. In de brief vertel je wat de klacht is en hoe de ander de klacht kan oplossen.

Hieronder zie je een oefenopdracht voor een klachtenmail. Lees goed wat er aan de hand is en verwerk alle opdrachten in je e-mail. Het is belangrijk dat de klachtenmail goed leesbaar is voor de lezer. Zorg dus voor een goede indeling van je e-mail. Verder is het natuurlijk belangrijk dat je zo min mogelijk fouten in de zinsbouw en spelling maakt.

Opdracht
Je hebt onlangs een wasmachine gekocht. Er is echter een probleem met de wasmachine. De witgoedwinkel waar je de wasmachine gekocht hebt, adviseert je een e-mail te sturen naar de klantenservice.

In de e-mail:

  • leg je uit waarom je de e-mail stuurt;
  • vertel je wanneer je de wasmachine gekocht hebt. Vertel ook welke wasmachine je gekocht hebt;
  • beschrijf je wat precies je klacht is;
  • leg je uit waarom je dit vervelend vindt. Noem minimaal twee redenen;
  • stel je een oplossing voor;
  • geef je een termijn voor die oplossing. Leg uit waarom je snel een oplossing wilt;
  • sluit je passend af.

De informatie mag je zelf verzinnen.

Noteer het e-mailadres van de witgoedzaak en geef aan wat het onderwerp van je e-mail is.

Een examenopdracht uitwerken – hoe doe je dat?

Hoe kan je tijdens het examen het beste de verschillende opdrachten uitwerken? In deze tekst leg ik dat uit en geef ik je een aantal tips.

Hoe kan je tijdens het examen het beste de verschillende opdrachten uitwerken? In deze tekst leg ik dat uit en geef ik je een aantal tips.

Elke examenopdracht bestaat uit een situatiebeschrijving en een aantal deelopdrachten. De situatiebeschrijving vertelt wat over wie de lezer van jouw tekst is en wat de reden is dat je de tekst schrijft. Lees de opdracht dus goed door. De deelopdrachten vertellen precies wat de examinator wil lezen in jouw tekst. Het is dus slim om elke deelopdracht duidelijk terug te laten komen in jouw tekst

Voorbeeld 1:
Je zit op een sportclub. Omdat jullie binnenkort de sportkantine willen verbouwen, organiseren jullie een sportmiddag voor de kinderen in de buurt. Op die manier willen jullie geld inzamelen en hopen jullie gelijk een aantal nieuwe leden te werven.  Je wilt dat er zoveel mogelijk kinderen naar de sportmiddag komen. Je schrijft een uitnodiging voor de website van de plaatselijke krant.

In de uitnodiging vertel je:

  • wanneer en voor wie de sportmiddag is;
  • vertel je wat de sportmiddag kost en wat de kinderen voor dat geld krijgen;
  • vertel je aan welke activiteiten de kinderen kunnen meedoen. Noem er minstens 3:
  • vertel je waarom de kinderen aan deze sportmiddag moeten meedoen. Geef minstens 2 redenen;
  • vertel je hoe de kinderen zich kunnen aanmelden.

Schrijf de uitnodiging. De informatie mag je zelf verzinnen!

Als je de opdracht goed leest, dan valt het je misschien op dat je de lezer van dit bericht moet overtuigen of activeren om mee te doen aan deze sportmiddag. Je moet ze zo ver krijgen dat ze zich gaan aanmelden.

Deze tekst is voor de website van de krant. Het is dus geen brief of e-mail, maar het is ook niet echt een artikel. Dat maakt het best lastig, want begin je nu met een aanhef of een titel? Ik zou in ieder geval kiezen voor een titel, omdat het een bericht voor een website is.

Hoe zou je deze opdracht kunnen uitwerken?

Kindersportmiddag bij Sportclub Stoer en Sterk op 5 februari 2021!

Sportclub Stoer en Sterk organiseert een sportmiddag voor kinderen. De opbrengst van de sportmiddag wordt gebruikt voor de verbouwing van de sportkantine. De sportmiddag wordt gehouden op 5 februari van 13.00 tot 17.00 uur en is bedoeld voor alle kinderen van 7 tot 10 jaar.

Meedoen met de sportmiddag kost € 10,- en daarvoor krijg je naast een leuke sportmiddag ook een gezonde traktatie en een lekker drankje. De kinderen kunnen tijdens deze sportmiddag meedoen aan de volgende activiteiten: basketballen, ballenyoga en ballengolf.

Waarom moet je meedoen met deze supergezellige sportmiddag? Het is natuurlijk ontzettend leuk om met leeftijdsgenootjes te spelen en daarnaast word je begeleid door super enthousiaste begeleiders.

Heb je zin gekregen om mee te doen? Meld je dan aan door een mail te sturen naar StoerenSterk@gmail.nl.

Tot 5 februari!

Je ziet dat ik alle deelopdrachten in deze tekst heb uitgewerkt. Het makkelijkste is om de opdracht in je zin te laten terugkomen. Dan weet je ook zeker dat de examinator ziet dat je de opdracht hebt uitgewerkt.

Vergeet verder niet om je tekst een titel te geven. In de inleiding vertel je wat de aanleiding is om deze tekst te schrijven. In het middenstuk geef je informatie en in het slot sluit je de tekst af. In deze uitnodiging is het dus de bedoeling dat je de lezer overhaalt om zich aan te melden.

Oefening: schrijf een artikel

Oefen met het schrijven van een informatief artikel voor de website van het roc.

Je doet een opleiding op een ROC. Je hebt al stage gelopen en je bent heel enthousiast over je toekomstige beroep. Je wilt schoolverlaters en mensen die van beroep willen veranderen, enthousiast maken voor jouw opleiding. Daarom schrijf je een artikel voor de website van jouw school.

In het artikel:

  • vertel je welke opleiding je doet;
  • vertel je over de stage die je hebt gelopen;
  • vertel je welke werkzaamheden je op de stage hebt gedaan, noem er minimaal 3;
  • noem je wat je leuk vindt aan jouw opleiding of (toekomstige) beroep;
  • noem je wat je moeilijk vindt aan jouw opleiding of (toekomstige) beroep;
  • overtuig je mensen om ook deze opleiding te gaan doen. Noem minimaal 2 argumenten.

De informatie mag je zelf verzinnen.

Denk aan een goede indeling van je tekst (lay-out en leesbaarheid).
Check je tekst op zinsbouw, spelling en leestekens.

Hoe ziet een goede brief eruit?

Hoe zorg je voor een goed leesbare brief? Uitleg over de juiste lay-out en indeling van een brief.

We schrijven bijna geen brieven meer, maar zo af en toe is het toch nodig om er een te schrijven, bijvoorbeeld voor het examen Nederlands. Dan is het handig om te weten hoe een goede brief eruit ziet.

Je begint een brief met de naam en het adres van de afzender. Eventueel kan je daar je mailadres en je telefoonnummer aan toevoegen.

Een aantal regels daaronder noteer je de naam en het adres van degene aan wie je de brief stuurt. Hier is het niet nodig om e-mailadres of telefoonnummer te noteren.

Voorbeeld particulier:
De heer J.P. de Vries
Langestraat 18
1213 AB Hilversum

Voorbeeld bedrijf:
ROC Midden Nederland
Afdeling Verzorging
Mevrouw Van der Vaart
Postbus 3065
3502 GB Utrecht

In het schrijfexamen moet je soms een brief sturen aan een groep mensen, bijvoorbeeld een uitnodiging voor een teamuitje of een groep mensen in de buurt. Je kan dan als adressering kiezen voor een verzonnen naam met adres of je richt de brief aan de groep, bijvoorbeeld Collega’s van de afdeling Administratie.

Daaronder volgt dan de datering ofwel de dagtekening. Je noteert eerst de plaats waar je brief schrijft en vervolgens de datum waarop je de brief schrijft. Na de plaats komt een komma. Bij de datum schrijf je de naam van de maand voluit. Voorbeeld: Utrecht, 9 december 2020.

Gelijk onder de datering noteer je het onderwerp. Je begint met Betreft: of Onderwerp: en vervolgens noteer je in enkele woorden waarover de brief gaat. Na de dubbele punt begin je met een kleine letter. Voorbeeld: klacht over nieuwe wasmachine, informatieaanvraag, sollicitatie verzorgende IG, referentienummer 458, uw brief van 8 juli 2020.

De brief begin je met de aanhef. De aanhef is niets anders dan dat je de lezer van je brief begroet. Een heel formele, zelfs wat 0uderwetse vorm van begroeten is: Geachte heer of mevrouw, Een moderne vorm is Beste heer of mevrouw, Als je de naam van de brieflezer weet, is het netjes en persoonlijker om die op te schrijven. Voorbeeld: Beste mevrouw Jansen, In de aanhef gebruik je geen voorletters. Vergelijk het met een begroeting op straat, dan zeg je ook niet Hallo mevrouw K. Jansen. De aanhef begint met een hoofdletter en eindigt met een komma.

In de inleiding schrijf je wat de reden is dat je de brief schrijft. Je kan kort benoemen wat er is gebeurd en waarom je nu de brief schrijft. Bijvoorbeeld: Op uw internetpagina zag ik dat er een vacature is voor een verzorgende. Graag wil ik voor deze functie in aanmerking komen.

In het middenstuk van de brief geef je informatie aan de lezer. In een klachtenbrief vertel je wat de klachten zijn en wat je al geprobeerd hebt om het probleem te verhelpen. In een brief waarin je vraagt om informatie, leg je in het middenstuk uit waarom je welke informatie nodig hebt.

In het slot vertel je wat je van de lezer verwacht. Je kan beginnen met een korte samenvatting van de informatie (Ik hoop dat bovenstaande informatie u heeft overtuigd dat ik geschikt ben voor deze functie) en vervolgens benoem je wat je graag van de brieflezer wil. Bijvoorbeeld: Ik ontvang graag een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek. Of: Graag ontvang ik uw reactie binnen 2 weken.
Als het om een verzoek gaat, dan bedank je de brieflezer, bijvoorbeeld: Bij voorbaat dank. “In afwachting van uw reactie, verblijf ik’, klinkt niet alleen ouderwets, het is ook ouderwets en wordt tegenwoordig ook niet meer goed gerekend op examens. In plaats daarvan kan je schrijven: Ik wacht uw reactie af.

Vervolgens sluit je de brief af met een (vriendelijke) groet, of wanneer het wat formeler moet met hoogachting. Na een ruimte voor je handtekening noteer je je naam en je functie als je namens je bedrijf schrijft. Voorbeelden:

Wanneer je iets meestuurt met je brief, bijvoorbeeld een kopie van je aankoopbewijs of een brochure, dan noteer je dit als Bijlage onderaan de brief. Je schrijft dan Bijlage: aankoopbewijs of als het er meerdere zijn dan kan je het aantal bijlagen noteren of je noteert wat de bijlagen zijn.

Om te zorgen dat je brief goed leesbaar is, is het belangrijk dat je tussen elke alinea een witregel plaatst. Witregels geven een brief ‘lucht’ en zorgen voor een overzichtelijke brief. In een alinea staan alle zinnen achter elkaar.

Als je brief langer is, dan kan het gebeuren dat de afsluiting niet meer past op je bladzijde. Het is niet mooi om de afsluiting dan alleen op de volgende pagina te zetten, daarom kan je er dan voor kiezen om de laatste alinea mee te nemen naar de volgende pagina of eventueel wat minder witregels aan de bovenkant te gebruiken. Zorg er dan wel voor dat er minimaal 1 witregel tussen beide adressen staat.

Tot slot: gebruik niet onnodig dure of chique woorden. Ze zorgen er vaak voor dat een brief niet fijn leest of dat de boodschap niet goed overkomt. Wees wel correct in je brief, ook al ben je ontzettend boos. Je mag benoemen dat je boos bent, je mag duidelijk zijn in wat je verwacht van de lezer, maar blijf wel correct en beleefd. Bedenk dat je met honing meer vliegen vangt dan met azijn.

Oefening: Schrijf een uitnodigingsbrief

Schrijf een uitnodigingsbrief voor het buurtfeest.

Voor het examen schrijven moet je behalve een artikel of verhaal ook een mail of brief schrijven. In onderstaande opdracht wordt je gevraagd een brief te schrijven. Denk daarbij goed aan de regels voor correspondentie. Zorg voor een juiste aanhef en afsluiting. Schrijf een inleiding waarin duidelijk wordt waarom je schrijft. In het middenstuk geef je de nodige informatie en in het slot geef je aan wat je van de lezer verwacht.

Situatie:
Je woont in een gezellige buurt en elk jaar organiseren jullie een straatfeest. Vanwege corona is het feest een jaar overgeslagen, maar dit jaar gaat het straatfeest zeker door. Jij en een buurman zullen het straatfeest organiseren.
Buiten op straat willen jullie een groot springkussen voor de kinderen neerzetten en voor de volwassenen zal er een gezellige borrel georganiseerd worden aan het einde van de middag, natuurlijk op gepaste afstand. Jullie hopen dat een aantal buren wil helpen met het organiseren van een paar activiteiten voor jong en oud.

Je stuurt je buurtgenoten een brief waarin je ze uitnodigt voor dit straatfeest.

In de brief:

  • leg je uit waarom je schrijft;
  • beschrijf je wanneer het straatfeest is;
  • vraag de buren minimaal een activiteit te bedenken die geschikt is voor iedereen;
  • vraag je de buren om te helpen bij het organiseren van de activiteiten. Leg uit wat daarbij moet gebeuren en noem minimaal 3 taken waarbij je hulp zoekt;
  • beschrijf je hoeveel het straatfeest ongeveer gaat kosten per persoon. Licht toe waar dit geld voor gebruikt gaat worden;
  • leg je uit hoe ze zich kunnen aanmelden voor het straatfeest.

Sluit je brief passend af.

De informatie mag je zelf verzinnen.

Schrijf de brief. Zorg voor een goede indeling van de brief, inclusief adressering en onderwerp.

Een tekst schrijven

Hoe schrijf je een duidelijke en goed leesbare tekst?

Voor je opleiding, maar ook voor het examen Nederlands, moet je regelmatig teksten schrijven. Daarbij kan je denken aan verslagen of teksten waarin je de lezer informatie moet geven over een onderwerp. Zakelijke teksten zoals verslagen, artikelen, beschouwingen of betogen hebben een vaste structuur van titel, inleiding, middenstuk en slot. Elk onderdeel heeft zijn eigen functie.

Titel
Elk verhaal, elk verslag of artikel begint met een titel. De functie van de titel is duidelijk maken waar de tekst over gaat (het onderwerp) en de aandacht trekken. Dat laatste zie je vooral bij krantenberichten of bij berichten op sociale media. Zij zijn erbij gebaat dat zoveel mogelijk mensen een bericht lezen. Als jij een verslag of artikel schrijft voor school, kan je met een simpele titel vaak al prima aangeven wat het onderwerp van je verslag is. Een titel schrijf je met een wat grotere letter en hij krijgt geen punt op het eind. Na de titel volgt een witregel.

INLEIDING
In de inleiding leid je je lezer je verhaal in. Je vertelt de lezer wat hij kan verwachten. De inleiding heeft net als de titel ook als functie om te vertellen wat het onderwerp van je tekst is, maar dat doe je wel iets uitgebreider. Vaak schrijf je ook wat de aanleiding is om je tekst te schrijven. Door de manier waarop je een tekst begint, kan je de aandacht van de lezer trekken. Dat kan je doen door vragen te stellen, door een situatie te beschrijven die met het onderwerp te maken heeft, door een voorbeeld van het probleem te geven of door vast een korte samenvatting te geven. Een inleiding kan uit één of meerdere alinea’s bestaan.
Functies inleiding:
– het introduceren van het onderwerp, de vraagstelling (bij een beschouwing) of de mening van de schrijver (bij een betoog).
– de aandacht van de lezer trekken.

mIDDENSTUK
In het middenstuk werk je je onderwerp uit. Afhankelijk van je onderwerp verdeel je dit in deelonderwerpen. Elk deelonderwerp werk je in een of meerdere alinea’s uit. Tussen elke alinea komt een witregel. Je kan aan alinea’s die een deelonderwerp behandelen een tussentitel geven. Zo is het voor de lezer gelijk duidelijk wat het onderwerp van de alinea of de alinea’s is.

slot
In het slot sluit je de tekst af. Voor de lezer moet het duidelijk worden dat het verhaal is afgelopen. Er zijn verschillende manieren waarop je een tekst kan afsluiten. Je kan de tekst kort samenvatten, je kan een conclusie trekken, of tot een oplossing komen (bij een probleem). Ook kan de schrijver de lezer aansporen om iets te gaan doen, bijvoorbeeld om een product te kopen of te solliciteren of zich aan te melden. Zorg dat je afsluitende zin ook echt een slotzin is.

OPMAAK
Tussen elke alinea komt een witregel. Dit vergroot de leesbaarheid van je verhaal. In een alinea staan alle zinnen achter elkaar. Dus na een punt ga je gelijk door met de volgende zin. Wanneer je tussenkopjes gebruikt, komt er geen witregel na het tussenkopje. Na de titel komt wel een witregel.

NOG ENKELE TIPS

  • Maak je zinnen niet te lang. In lange zinnen verdwaalt de lezer, maar helaas ook vaak de schrijver. Wanneer je merkt dat je zin langer dan 2 regels is, kijk dan of je van die ene zin ook 2 zinnen zou kunnen maken. Door je zin hardop te lezen, hoor je meestal ook wel of de zin nog wel lekker loopt.
  • Realiseer je dat de lezer waarschijnlijk niets weet over wat jij gaat vertellen. Hij weet niet wat de reden is dat je de tekst schrijft en hij weet soms ook niets over de inhoud of over de omstandigheden. Neem de lezer mee in je verhaal. Vraag je regelmatig af of het verhaal voor de lezer even duidelijk is als voor jou.
  • Maak gebruik van voegwoorden en verwijswoorden om van je verhaal een samenhangend geheel te maken.
  • Bedenk goed wat het doel van je tekst is. Wil je informeren, instrueren, overtuigen, je mening geven, aansporen tot actie of amuseren? Een tekst kan ook meerdere doelen hebben. Check regelmatig of je je aan je doel of doelen houdt.
  • Houd rekening met je lezer. Wie is je lezer? Is dat een vakgenoot of een leek? Is het een jongere of een oudere lezer? Houd hiermee rekening in je taalgebruik. Probeer vaktermen en afkortingen zoveel mogelijk te vermijden.
  • Maak zo min mogelijk spelfouten, typefouten en grammaticale fouten. Een enkele fout is niet erg, maar wanneer er veel fouten in de tekst staan, leidt dat af van de inhoud of wordt de inhoud niet duidelijk. Laat zo mogelijk je tekst door een ander lezen of lees zelf je tekst hardop.

Een e-mail schrijven

Hoe schrijf je een goede e-mail of brief?

Tegenwoordig sturen we nauwelijks meer brieven. De meeste correspondentie met bedrijven, organisaties en personen gaat via de elektronische weg, de e-mail. De vorm van de brief is dus misschien veranderd, de inhoud is gelijk gebleven. Hoe je een goede inhoud van je e-mail of brief schrijft, leg ik je hier uit.

Elke brief of mail begint met de aanhef. Een veel gebruikte vorm is Geachte heer of mevrouw, maar we zien ook steeds vaker Beste heer of mevrouw, boven de brief staan. Wanneer je iemand kent, kan je ook de voornaam gebruiken. Voorbeelden van een correcte aanhef zijn: Beste mevrouw Jansen, Geachte heer Van der Plas, Beste Piet. Niet goed is: Beste mevrouw J. Jansen, De voorletter hoort niet in de aanhef te staan.

De aanhef begint met een hoofdletter en eindigt met een komma. Begin je brief/mail liever niet met Beste, of Geachte, (dus zonder heer/mevrouw of naam) deze vorm wordt door de meeste mensen niet op prijs gesteld.

Na de aanhef komt de inleiding. Ondanks de komma waar de aanhef mee eindigt, begint de inleiding weer met een hoofdletter. In de inleiding geef je aan waarom je de brief/mail schrijft. Begin deze eerste alinea liever niet met ‘Ik’.

In de tweede en volgende alinea’s (het middenstuk) geef je de lezer informatie. In een klachtenbrief/mail leg je uit wat de klacht precies inhoudt en wat je al gedaan hebt om het probleem op te lossen. Wanneer je solliciteert, leg je uit waarom je solliciteert en waarom jij de meest geschikte kandidaat bent. Wanneer je informatie vraagt of geeft, leg je in het middenstuk uit welke informatie je nodig hebt of je geeft in het middenstuk de nodige informatie.

In de slotalinea schrijf je wat je van de lezer verwacht. Je wilt een uitnodiging voor een gesprek, je hoopt dat de klacht binnen 2 weken wordt opgelost of je verwacht dat je binnen een week de gevraagde informatie ontvangt. Vroeger sloot men de correspondentie af met de zin: In afwachting van uw antwoord, verblijf ik, Maar dat is echt ouderwets en wordt ook niet meer goed gerekend. Meer van deze tijd en dus wel goed zijn zinnen als:

  • Ik vertrouw erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
  • Graag zie ik uw reactie (spoedig) tegemoet.
  • Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
  • Als u nog vragen heeft, kunt u altijd contact opnemen met …

Je sluit je brief af met: Met vriendelijke groet(en), of Hoogachtend, (formeel en ouderwets). Daaronder noteer je je naam en je eventuele functie. Wanneer het nodig is om je adres te vermelden, noteer je die onder je naam (alleen in mails).

Als je bijlagen toevoegt, is het slim om dit al in je mail te vermelden. Mensen hebben namelijk de neiging om te stoppen met lezen als ze bij de afsluiting zijn gekomen. Ook een PS. wordt in een mail lang niet altijd gelezen. Noteer daarom je belangrijke informatie in je mail.

Voor een goed leesbare brief of mail zorg je dat je tussen elke alinea een witregel plaatst en dat je in de alinea’s alle zinnen achter elkaar zet.

Nog een paar tips voor het schrijven van een zakelijke brief of e-mail:

  • Houd je brief kort en wijd niet te veel uit..
  • Wees correct, de lezer zal veel eerder bereid zijn om je te helpen als je hem/haar correct aanspreekt. Met honing vang je meer vliegen dan met azijn.
  • Wees concreet en verwijs naar duidelijke gebeurtenissen waarbij je datum en plaats noemt.
  • Beschrijf helder wat je wilt en wat je van de geadresseerde verwacht. Realiseer dat de lezer niet in jouw hoofd kan kijken, dus dat het nodig is om duidelijk te zijn in wat je schrijft.
  • Lees je brief nog een keer goed door voordat je hem verstuurt. Check of je niet te veel fouten hebt gemaakt.

Oefening een uitnodiging schrijven

Oefening: een uitnodigingsmail schrijven

Casus: Het is coronatijd en in het verpleeghuis is er  al bij een aantal bewoners corona geconstateerd.  Jullie willen voorkomen dat er weer een nieuw bezoekverbod nodig is. Daarom zijn er  volgende week bijeenkomsten georganiseerd voor de familieleden en mantelzorgers. 

Tijdens deze bijeenkomsten wordt er informatie gegeven over een aantal belangrijke punten, zoals het omgaan met hygiëne, een nieuwe corona-bezoekersregeling, nieuwe afspraken over ondersteuning door de familie bij de maaltijd tijdens deze coronaperiode en de begeleiding van eenzame zorgvragers door familie en de medewerkers van de instelling. 

De manager vindt het belangrijk dat zoveel mogelijk familieleden en mantelzorgers naar de bijeenkomsten komen en vraagt jou een uitnodiging te schrijven aan de familieleden en mantelzorgers.  De uitnodiging wordt per mail verstuurd.

In de uitnodiging benoem je:

  • wat er tijdens de bijeenkomsten wordt besproken;
  • je geeft aan dat het belangrijk is dat iedereen bij een bijeenkomst aanwezig is;
  • hoe de mensen zich kunnen aanmelden voor de bijeenkomsten;
  • waar en wanneer de bijeenkomsten plaatsvinden. (Deze informatie mag je zelf verzinnen.)

Vorm: Let op de indeling in alinea’s, zorg voor een duidelijke inleiding, een middenstuk met alle informatie en een activerende afsluiting.

Inhoud: controleer of alle onderdelen van de opdracht terugkomen in de uitwerking van de mail.

Taal: let goed op spelling, zinsbouw en het gebruik van leestekens.

Oefening e-mail schrijven

Oefening: schrijf een e-mail

Voor het examen schrijven moet je behalve een artikel of verhaal ook een mail of brief schrijven. In onderstaande opdracht wordt je gevraagd een mail te schrijven. Denk daarbij goed aan de regels voor correspondentie.

Zorg voor een juiste aanhef en afsluiting. Schrijf een inleiding waarin duidelijk wordt waarom je schrijft. In het middenstuk geef je de nodige informatie en in het slot geef je aan wat je van de lezer verwacht.

Situatie: Je ziet een oproep op een prikbord bij de supermarkt. Een oudere heer die onlangs weduwnaar is geworden, wil graag tijdelijk hulp in de huishouding die hem leert om het huishouden zelf te doen. Jij wilt deze hulp wel geven en je besluit meneer te mailen. Het mailadres is: R.deGroot@gmail.net.

In de e-mail:

  • schrijf je waarom je mailt;
  • beschrijf je waarom jij geschikt bent om deze huishoudelijke hulp te geven. Noem twee redenen;
  • geef je alvast twee goede tips voor het huishouden;
  • geef je aan wat jouw hulp per uur kost;
  • schrijf je wanneer je de huishoudelijke hulp kunt geven en doe je een voorstel voor een dag en een tijdstip.

De informatie mag je zelf verzinnen.

Schrijf de e-mail. Vergeet niet om je mail een duidelijk onderwerp te geven.

Vaak fout!

In teksten van studenten kom ik een aantal fouten regelmatig tegen. Enkele van deze fouten zal ik hier bespreken.

In teksten van studenten kom ik een aantal fouten regelmatig tegen. Enkele van deze fouten zal ik hieronder bespreken.

s’Morgens of ’s Morgens?
Dit wordt vaak fout geschreven. Vroeger zei men: Des morgens drinken wij koffie, des avonds drinken we thee. Maar de taal verandert en nu laten we de ‘de-‘ weg en zetten in plaats daarvan een apostrof (een kommaatje in de lucht). Dus: ’s Morgens drinken we koffie en ’s avonds drinken we thee. Omdat afgekorte woorden aan het begin van de zin geen hoofdletter krijgen, schrijf je de ’s met kleine letters en begint het eerste woord erna met een hoofdletter. Dit geldt ook voor: ’s middags, ’s ochtends, ’s nachts.

In aanmerking/aanraking komen met …
Komt u veel in aanmerking met zieke mensen? ‘In aanmerking komen‘ is in deze zin niet goed. Je komt ergens mee in aanraking, of je komt in aanmerking voor iets (een baan of een prijs). Dus de vraag zou moeten zijn: Komt u veel in aanraking met zieke mensen?

Verantwoording en verantwoordelijkheid, deze woorden lijken weliswaar op elkaar en ze hebben ook wel met elkaar te maken, maar ze betekenen niet hetzelfde. Hoe zit dat nu precies? Verantwoordelijkheid betekent dat je de verplichting hebt om te zorgen dat iets goed verloopt. Je draagt de verantwoordelijkheid voor iets. Je hebt de verantwoordelijkheid voor een taak of je neemt de verantwoordelijkheid voor de afdeling op je. Jij gaat er dus voor zorgen dat het allemaal goed gaat. Daarover kan je verantwoording afleggen, je kan uitleggen of verdedigen waarom je iets gedaan hebt. Voorbeeld: De minister legt verantwoording af aan de Tweede Kamer over zijn besluit. Je verantwoordt je voor je daden.

Na of Naar aanleiding van?
Na aanleiding van kom ik vaak tegen in brieven en e-mails. Maar dit moet toch echt zijn naar aanleiding van. Een andere veelgemaakte fout is doormiddel van terwijl dit toch echt als drie losse woorden geschreven moet worden, dus door middel van.

Is het email of e-mail? Veel mensen schrijven email als ze email bedoelen. Email  is een woord met een andere betekenis: ‘(tand)glazuur’ of ‘glasachtige laag waarmee metalen, glazen en stenen voorwerpen versierd kunnen worden’. E-mail is de afkorting van elektronische mail. Overigens kan je ook prima mail schrijven. Mail is een de-woord, dus het is de mail die je gisteren ontving in je mailbox.

Hen, hun of zij?
Hun gaan op vakantie. Weet jij waar hun naar toe gaan? Voor veel mensen is het gebruik van hun wanneer het zij moet zijn een enorme ergernis. En dan is het extra vervelend dat evenzoveel mensen het dus steeds weer fout doen. 🙂
Hoe moet het dan wel? Hun doen nooit wat, maar zij wel. Zij gaan op vakantie. Waarom zijn zij niet thuis? Weet jij of zij nog komen vanavond? Wat doen zij eigenlijk met Pasen? Zij eten dan eieren en zij wandelen dan naar hun favoriete café, omdat zij daar hun vrienden kunnen ontmoeten.

Eigenlijk gebruik je hun alleen als bezittelijk voornaamwoord (hun vader, hun auto, hun droom, hun boek) of als meewerkend voorwerp (Ik geef hun het boek). Het woord hen gebruik je na een voorzetsel (Ik doe het voor hen. Ik ga naar hen toe) of als lijdend voorwerp (Ik neem hen gelijk mee).

Veel mensen zullen dit een ingewikkeld verhaal vinden, daarom mijn tip: gebruik bij twijfel ze! Ze gaan op vakantie. Weet jij waar ze naar toe gaan? Ik geef ze het boek. Ik doe het voor ze. Ik ga naar ze toe. Ik neem ze gelijk mee.
Met ‘ze’ zit je dus altijd goed. Nou ja, bijna altijd, want ze boek en ze vader is natuurlijk nooit goed. Het is hun vader en hun boek.

Hij wil of hij wilt?
Veel mensen schrijven ‘hij wilt‘, ‘zij wilt‘, ‘het kind wilt‘. Ze denken immers: ik-vorm+t en dat is goed te begrijpen. Maar willen is net als zullen, hebben, zijn, kunnen een onregelmatig werkwoord. Onregelmatige werkwoorden hebben hun eigen regels. Bij willen is de regel:
ik wil
jij wilt of eventueel jij wil
hij, zij, het, iets wil, dus: hij wil, zij wil en het kind wil.

De medicijnen welke ik gaf of de medicijnen die ik u gaf?
Het gebruik van welke als verwijswoord is ouderwets en niet mooi. Sommige mensen vinden het misschien deftig klinken, maar dat is het niet. Beter kan je verwijzen met die of deze naar de-woorden en dit of dat naar het-woorden.
Voorbeelden:
Het meisje dat daar loopt, is getrouwd met de jongen die haar vroeger niet zag staan.
De offerte die ik u gestuurd heb, bevat een aantal fouten die we aangepast hebben.
De vragen die wij u gesteld hebben, zijn nog niet beantwoord.
De mensen die daar lopen, zijn verdwaald.
Het boek dat daar ligt, wil ik kopen bij de boekhandel die vorige week is geopend.

Welke fouten kom jij vaak tegen? Of bij welke woorden en/of uitdrukkingen heb jij je twijfels? Zet ze hieronder bij de reacties!