Jou/jouw, u/uw, me/mij/mijn

Uitleg over het gebruik van jou of jouw, u of uw en me, mij of mijn.

Oefening jou/jouw, u/uw, me/mij/mijn

Kies de juiste vorm:

  1. Kijk daar ligt me/mij/mijn boek!
  2. Heb ik dat cadeautje van jou/jouw gekregen?
  3. Is dat boek van jou/jouw of van jou/jouw vader?
  4. Ik ga me/mij/mijn zo maar eens douchen!
  5. Dat is niet van jou/jouw!
  6. Hij heeft jou/jouw  daar  jou/jouw brommer zien stallen!
  7. Ik waarschuw jou/jouw niet nog een keer!
  8. U/Uw moet niet vergeten u/uw paraplu mee te nemen!
  9. Is die paraplu van jou/jouw of van zijn vader?
  10. Wil je me/mij/mijn boek aan me/mij/mijn geven?

De antwoorden vind je op https://2fnederlands.wordpress.com/2020/04/02/antwoorden-bij-de-oefening-jou-jouw-u-uw-me-mij-mijn/