Escaperoom Gebarentaal en beeldspraak?

Een escaperoom waarin je oefent met lezen, luisteren, stijl en (werkwoord)spelling.

Heel spannend is deze escaperoom niet, maar ik laat je wel oefenen met lezen, luisteren, woordbegrip, zij en hun, spreekwoorden, als en dan en werkwoordspelling.

Red jij jezelf uit dit taaldoolhof? Klik op de link om te starten: Escaperoom

Foto door Zachary DeBottis op Pexels.com

Beter als of beter dan?

Is het beter als of beter dan?
Uitleg en een oefening over het gebruik van als/dan.

En nu is het tijd om te oefenen!

Kies in onderstaande zinnen steeds de juiste vorm.

  1. Hij vergeet tegenwoordig vaker dingen als/dan vroeger.
  2. Karin wast even vaak af als/dan haar man.
  3. De kinderen wassen minder vaak af als/dan de ouders.
  4. Deze toets vond ik moeilijker als/dan die vorige.
  5. Voor verpleegkunde heb ik een hoger cijfer als/dan voor anatomie.
  6. Nienke heeft andere vrienden als/dan haar/zij.
  7. Het glas van Hannah is voller als/dan dat van Aafke. 
  8. Hebben wij nu langer vakantie als/dan het jaar hiervoor?
  9. Nee, de vakantie is net zo lang als/dan vorig jaar.
  10. Als je hoger als/dan een acht haalt op je proefwerk, krijg je een lolly!
  11. Harry loopt net zo hard als/dan jij/jou.
  12. Wij wandelen vaker door dat bos als/dan zij/hun.
  13. Het boek dat Jan gelezen heeft is net zo dik als/dan het boek van mij/mijn.
  14. Mijn vader is even lief als/dan hij/hem.
  15. Jan vindt ons even gezellig als/dan zij/hen.

Antwoorden vind je op https://2fnederlands.wordpress.com/2020/04/02/antwoorden-als-dan/

Jou/jouw, u/uw, me/mij/mijn

Uitleg over het gebruik van jou of jouw, u of uw en me, mij of mijn.

Oefening jou/jouw, u/uw, me/mij/mijn

Kies de juiste vorm:

  1. Kijk daar ligt me/mij/mijn boek!
  2. Heb ik dat cadeautje van jou/jouw gekregen?
  3. Is dat boek van jou/jouw of van jou/jouw vader?
  4. Ik ga me/mij/mijn zo maar eens douchen!
  5. Dat is niet van jou/jouw!
  6. Hij heeft jou/jouw  daar  jou/jouw brommer zien stallen!
  7. Ik waarschuw jou/jouw niet nog een keer!
  8. U/Uw moet niet vergeten u/uw paraplu mee te nemen!
  9. Is die paraplu van jou/jouw of van zijn vader?
  10. Wil je me/mij/mijn boek aan me/mij/mijn geven?

De antwoorden vind je op https://2fnederlands.wordpress.com/2020/04/02/antwoorden-bij-de-oefening-jou-jouw-u-uw-me-mij-mijn/